52 Jan Jongen 01 1Door  Wim Berendsen

Ongetwijfeld is het Socio Eygelshoven, één van de blikvangers in ons dorp. De meeste inwoners weten niet beter dan dat het er altijd heeft gestaan. We gaan op zoek naar het verhaal achter dit pompeuze gebouw. We gaan in gesprek met de man, die vanaf de start van de bouw tot aan de dag van vandaag, meer dan 50 jaar, betrokken is bij het Socio en sinds 2003 als vrijwilliger. Aan het woord is deze week Jan Jongen"

“Ik werd in 1937 geboren aan de Hoofdstraat te Eygelshoven, de huidige Veldhofstraat. Mijn ouderlijke woning stond zo ongeveer waar nu de Pannakooi voor de jeugd staat. Na de lagere school ging ik naar de ambachtsschool en in die tijd werd ik lid van scoutinggroep Sint Hubertus en ik schopte het zelfs tot hopman. Zo kwam ik met het jongerenwerk in aanraking en ik was er meteen van overtuigd dat dit wel iets voor mij was. Daarom volgde ik een MBO -opleiding jongerenwerk. Na het vervullen van mijn dienstplicht kwam ik in dienst bij Laura & Vereeniging. Ik werd daar kampleider als ook voor, de Willem Sophie en de Dominiale mijnen. Jeugdigen volgden daar hun vakopleiding tot o.v.s.’er, elektricien of bankwerker, in ieder geval voor al het werk dat er onder in de mijnen te doen was. Tussendoor legden we met die jongens in de omgeving van Weert een jeugdkamp aan, waar de jonge mijnwerkers een weekje konden ontspannen. De buurt waar we dat park aanlegden, heet tegenwoordig nog steeds de Laurabossen. Terwijl de jonge koempels daar sportvelden aanlegden, reed ik in een jeep van werkplek naar werkplek om hen instructies te geven. (Er verschijnt een glimlach op het gezicht van Jan).

Ik behaalde mijn hbo-diploma jeugd -en cultureel werk aan de Sociale Academie in Sittard. Toen ik een jaar of dertig was, kreeg ik een mooi aanbod om in Oldenzaal het jeugd en jongerenwerk op te zetten. Dus vertrok ik met mijn vrouw Tinie en de kinderen naar Twente. Een mooie tijd was dat en wij bewaren daar samen nog steeds mooie herinneringen aan.

In die tijd was het jeugd en jongerenwerk echt wel een item, omdat in de loop van de zestigerjaren, de jeugd zich begon af te zetten tegen de gevestigde orde. Ook Eygelshoven ontsnapte hier niet aan en zo werd ik benaderd om het jeugd en jongerenwerk in mijn geboorteplaats vorm te geven.

Op 1 september 1970 trad ik in dienst bij de Stichting Algemeen Jongerenwerk Eygelshoven (SAJE). In deze tijd waren de gemeenschappelijke voorzieningen ronduit slecht te noemen. Als voorbeeld: de bibliotheek was in de entree van het oude klooster gevestigd; de gymzaal aan Op den Dries was in verval geraakt en de ‘zaal Bressers’ moest door de Mijn gestut worden als er activiteiten gehouden werden.

Dus alle reden om hier iets aan te doen. In 1969 werd de ‘Sport en Cultuurstichting Eygelshoven’, in het leven geroepen, met als doel de realisatie van een gemeenschappelijk gebouw met een groot aantal mogelijkheden voor de plaatselijke verenigingen en instellingen. Bij de eerste plannen maakte een nieuw gemeentehuis ook deel uit van het geheel. Maar door de op handen zijnde herindeling, waarbij Eygelshoven haar zelfstandigheid verloor, kwamen er regels, die hierdoor roet in het eten strooide. Toen dit plan afketste lukte het Burgemeester Janssen (opvolger van Boyens) om in het kader van de spreiding van de rijksdiensten de Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie van Landbouw naar Eygelshoven en dus ook naar het nieuwe gebouw te halen. 

Op een dag werd ik benaderd door wethouder Piet Verwijlen, een van de stuwende krachten van het plan. Hij vroeg mij om in dienst te treden bij de Sport en Cultuurstichting Eygelshoven. Ik stemde toe en werd directeur van het Socio Project, zoals het gebouw later werd genoemd. Ik bleef uiteraard voor een aantal uren in dienst van SAJE. Ik had het jongerenwerk ook niet willen missen. We deden daar mooie dingen. Met vijf knapen ging ik naar Berre een dorpje in de omgeving van Marseille. We knapten daar de pastorie op van een Nederlandse pastoor. Dat was een geweldige ervaring. Als ik nu nog wel eens een van hen tref, begint het gesprek meteen over die trip. 

Het was een prachtige baan, die ik kreeg. Ik begeleidde de bouw, sprak met geïnteresseerde instellingen en natuurlijk de plaatselijke verenigingen om te bekijken welke kansen dit gebouw aan hen bood.

Uiteindelijk herbergde het gebouw een grote evenementenhal, een gymnastiekzaal met diverse kleedlokalen, een kegelbaan, een openbare bibliotheek, diverse instellingen voor maatschappelijke dienstverlening, een peuterspeelzaal, verschillende kantoorruimten en horeca.

We moeten er wel bij vermelden, dat het gebouw is ontworpen door de in Eygelshoven geboren architect Laurens Bisscheroux (1934-1997).

In 1973 brandde het oude klooster af en ik deed een beroep op het landelijk jeugdfonds Jantje Beton. Heel onverwachts kwam Prinses Beatrix bij ons op bezoek om zelf ogenschouw te nemen van de ravage en te spreken over wat het jeugdfonds voor de gedupeerde verenigingen zou kunnen betekenen. Ik ben, na een rondleiding nog met haar naar de voormalige protestante kerk op de hoek van de Juliastraat en Molenweg gelopen. Daar deed zij spontaan met de kinderen mee, die aan het kleien waren. We kregen een mooie donatie van het jeugdfonds en mede daardoor werd in 1974 het gebouw in gebruik genomen. 

In de jaren dat ik directeur was, kon ik ervan genieten, hoe het verenigingsleven floreerde, zoals in de evenementenhal waar bijna wekelijk feesten werden gehouden. Maar dat betekende wel, dat ik ’s avonds niet veel thuis was. Ik ben dus blij, dat mijn echtgenote Tinie mij daarin altijd gesteund heeft.”

Het interview wordt onderbroken voor een kop koffie en dus is er tijd om zelf eens door de krantenknipsels van Jan te bladeren, die op tafel liggen. Jan is en was actief lid in het Eygelshovense verenigingsleven en dat blijft niet onopgemerkt. Op 30 april 2003 wordt hij door Hare Majesteit de Koningin benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. Uit de onderbouwing blijkt, dat zo’n beetje het hele verenigingsleven de aanvraag steunde.

Jan vertelt verder: “In april 1986 verhuist de Algemene Inspectie Dienst naar het centrum van Kerkrade. Over het waarom kunnen we het nu beter even niet hebben. Huurders voor blok 11, zo noemden we de vleugel waar de A.I.D. was ondergebracht, waren niet te vinden. Leegstand zou op termijn handenvol geld gaan kosten en daarom was het de beste optie om het Socio deels te slopen en het overige deel grondig te renoveren. Ik vond dat vertrek wel jammer, want het was toch leuk om bijvoorbeeld de opleiding van de Onbezoldigde Opsporings Ambtenaren van de AID onder je dak te hebben. Tenslotte verdiende de middenstand van Eygelshoven er ook nog iets aan.

Tot aan mijn pensioen, in 2002, bleef ik in dienst van de Sport en Cultuurstichting Eygelshoven. Het laatste jaar heb ik mijn opvolger, Noud Krasovec ingewerkt. 

In 2004 zijn Tinie en ik samen naar Santiago de Compostella gefietst. Dat was een geweldige ervaring voor ons tweetjes. Vertrokken in Eygelshoven en via België, Frankrijk en Spanje, 31 dagen later aankomen met zo’n 2.500 kilometers onder de wielen door.

Toen Piet Verwijlen, in 2003, overleed, werd ik gevraagd om voorzitter te worden van het bestuur van de Sport en Cultuurstichting Eygelshoven. Nou je begrijpt wel daar kon en wilde ik geen nee tegen zeggen. 

Het betekent wel dat ik nu toch, als vrijwilliger, (voorzitter van de stichting) nog heel wat uurtjes aan het Socio besteedt. Er is altijd wel wat te doen, een overlegje hier, een vergadering daar, maar nog steeds doe ik het met veel plezier.

Dan ook aan Jan Jongen de vraag hoe lang hij als vrijwilliger nog doorgaat. Als ik hem de vraag stel, antwoordt Tinie al meteen: “Nou, ik denk voorlopig nog eens helemaal niet.“