40 Leon Schobben goedAls kind leerde hij al de kneepjes van het vak van zijn vader. Op zijn veertiende reed hij zijn eerste wedstrijd en nu is het nog altijd zijn grote passie. Deze week aan het woord Marcel de Vries (41) over mennen van pony’s met aangespannen rijtuigen:

“Mijn vader is altijd al met paarde bezig geweest en hij nadat hij een cursus had gevolgd, kreeg hij meteen de smaak van het mennen te pakken. Het voordeel voor hem was, dat hij zijn sport kon beoefenen en mijn moeder, mijn zus en ik mee konden in het aangespannen rijtuig. Hij leerde mij de kneepjes van het vak en toen ik veertien was vond hij het wel goed, deed een stapje terug en gaf de teugels aan mij over. Langzaam stapten we over van paarden naar pony’s. Ik werd drie keer Nederlands kampioen en maakte daarna de overstap naar het internationaal kader. In het eerste jaar promoveerde ik en maakte deel uit van het kader. Dat betekent dat je dan door de bond uitgezonden kon worden naar internationale wedstrijden en daar heb ik ook een paar keer aan meegedaan.

Het niveau was zo hoog dat we steeds meer moesten investeren, niet alleen geld, maar vooral ook tijd. We deden bewust een stapje terug. Een bijkomstigheid is, dat mijn vader en ik niet goed afscheid kunnen nemen van een pony. Wil je op hoog niveau meedoen, moeten er wel om de zoveel tijd nieuwe pony’s komen. Zo zakelijk zijn we hier niet.

Kijk voor ons hele gezin zijn de pony’s een grote hobby. De dieren staan voorop en het mennen komt dus op de tweede plaats.

Wedstrijden zijn natuurlijk mooi, zeker als je als winnaar uit de strijd komt, maar wie de medaille krijgt, wint die niet alleen. Vooraf is er heel wat werk aan de winkel geweest en daar draagt iedereen uit ons gezin een behoorlijk steentje aan bij.  Zo moet iedere dag de mest geruimd worden, de pony’s gepoetst en moeten zij iedere dag hun beweging krijgen in de stapmolen. Daar is heel wat hulp voor nodig.

Leon Schobben helpt ons nu al ruim 23 jaar. Hij kwam ooit aanwaaien en is nooit meer weggegaan. Jarenlang bracht hij dagelijks de pony’s die wij nodig hadden voor de training naar de Hubertusstraat, spande het rijtuig aan en als ik terugkwam van school of later van mijn werk, dan hoefde ik maar in te stappen en kon vertrekken. Heel wat jaren begeleide hij mij op mijn trainingstochtjes. Klinkt misschien gek, maar het is altijd wel handig als er iemand in de buurt is als er onderweg in het verkeer wat gebeurt. Je bent immers met meer pony’s onderweg. Een pracht vent die Leon! De uren die hij als vrijwilliger bij ons al gewerkt heeft, zijn ontelbaar. Verder zijn er nog heel wat vrienden en kennissen, die ons een handje hulp toesteken. 

Mijn vader werd slachtoffer van een verkeersongeval en Leon was een tijdje uit de running. Dat betekent voor mij, dat ik midden in de nacht om half vijf moet op staan, twee uur de pony’s moet verzorgen en dan vlug naar mijn werk. Als ik thuiskom even eten en weer een paar uur naar de wei, want er is altijd wel wat te doen. Gelukkig is mijn vader op de weg terug en ik hoop dat Leon ook vlug weer kan beginnen, want we hebben hem hard nodig. 

Sinds de Coronacrisis de kop op stak, ligt alles al maanden stop, maar dat betekent niet dat Marcel geen ambities meer heeft. 

“Nee hoor, als het allemaal weer een beetje kan, gaan we weer met de training aan de slag en ik hoop dat mijn kinderen ook besmet worden met het ‘pony-virus’, zoals hun vader en opa.”

Nog even vlug de vraag hoe het er bij Team de Vries op dierendag aan toegaat. Lachend antwoordt Marcel: “Onze pony’s hebben iedere dag Dierendag. Ik zeg weleens, ik wou dat ik zo’n leven had.”

Op de foto: Vrijwilliger van Team de Vries bij uitstek, Leon Schobben aan het werk.