2020 15 LiturgischDoor: Wiel Handels, Stichting ‘Eygelshoven door de eeuwen heen’

Op 14 december 1979 nam de parochie op grootse wijze afscheid van de pastoor. Na een Eucharistieviering, opgeluisterd door de Eygelshovense muziekgezelschappen en zangkoren, was er een druk bezochte receptie. Burgemeester Persoon bood namens de parochiegemeenschap het afscheidscadeau aan. Tijdens zijn toespraak roemde de burgemeester vooral de openhartigheid en doorzettingsvermogen, die volgens de heer Persoon gepaard gingen met oprechte dienstbaarheid aan God en zijn kerk. Als u in een bepaalde tijd van het oude testament had geleefd, was u zeker bij het ‘omblazen’ van de muren van Jericho geweest.

De pastoor als pleitbezorger voor verbetering van de mijnwerkers-pensioenen.

In de jaren 1974 t/m 1977 kwamen de gepensioneerde mijnwerkers herhaaldelijk in actie voor verbetering van de mijnwerkerspensioenen. Vanwege zijn 15-jarige ervaring als aalmoezenier op de staatsmijn Emma en omdat hij in Eygelshoven heel vaak werd geconfronteerd met sociaal-maatschappelijke problemen bij gepensioneerde mijnwerkers, was Terlingen vastbesloten ook mee actie te voeren. Zo liep hij op 25 maart 1975 mee met de demonstratieve optocht in Heerlen, waaraan ruim 2500 gepensioneerde mijnwerkers deelnamen. In de loop van dat jaar werd al een aantal verbeteringen in de pensioenregeling voor de gepensioneerde mijnwerkers toegezegd.

Dit was echter nog onvoldoende om het hele pensioenprobleem op te lossen. Daarom werd er een grote demonstratie in Den Haag georganiseerd om aan de regering en het parlement duidelijk te maken dat er onmiddellijk een oplossing moest komen. Van tevoren werd in een brief aan de minister-president het doel van de protestmars beschreven.

Pastoor Terlingen was natuurlijk ook dit keer van de partij. In een 5 kilometers lange file van 78 autobussen werden op 18 september 1975 vierduizend protestgangers door de motorpolitie naar Den Haag begeleid. Daar volgde een massale mars naar het Binnenhof. Een afvaardiging van 12 man (waaronder ook pastoor Terlingen) werd toegelaten tot het regeringsgebouw en kreeg daar te horen, dat premier Den Uyl hen niet wenste te ontvangen. Terlingen ontmoette in de hal de voorzitter van de P.v.d.A.-fractie in de Tweede Kamer. Naar zijn zeggen heeft de pastoor in die parlementaire omgeving op de volgende onparlementaire wijze zijn ongenoegen kenbaar gemaakt. Voorafgegaan door ‘een schietgebed zonder aflaat’ zei hij: ’Toen jullie verrekten van de kou, toen wisten jullie waar de mijnwerkers te vinden waren 1). Maar nu we met vierduizend mensen komen om over een rechtvaardige zaak te praten, nu ben je te beroerd om te luisteren’.

Na het officiële gedeelte werden nog gesprekken gevoerd met fractieleden van de Tweede kamer. De pastoor verhaalt: Ik zag aan de gezichten van die lui, dat ze er werkelijk geen zak van snapten. Hij heeft toen met een aantal voorbeelden van schrijnende gevallen duidelijk weten te maken hoe beroerd de situatie was.

Op 5 november 1975 hield Den Uyl een spreekbeurt in de schouwburg te Heerlen. De afvaardiging van 12 man, die in september 1975 niet ontvangen werd door de premier, werd uitgenodigd om alsnog gedurende een half uur met hem te spreken over de pensioenproblematiek. Den Uyl zei dat hij het begrip ‘vroegere mijnwerkers’ uit de hem toegezonden brief, had opgevat alsof het alleen maar ging over pensioenen van mijnwerkers met een onvolledige carrière. Omdat dit probleem al door de regering besproken was, wilde hij in Den Haag niet met de afvaardiging spreken. In zijn verslag van deze bijeenkomst schreef de pastoor: Bij dit ‘gesprek’ werd heel duidelijk gedemonstreerd dat men lang kan praten zonder iets te zeggen. Aangezien ook in 1977 nog niet tegemoet was gekomen aan de eisen van het actiecomité, werd in januari van dat jaar een manifestatie van gepensioneerde mijnwerkers gehouden in de schouwburg te Heerlen. Als enige priester voerde hij hier het woord, waarvoor hij ook het meeste applaus kreeg. De mijnwerkerspensioenen moeten omhoog. En vandaag nog, want morgen zijn we er niet meer.

In de parochie had de pastoor van tevoren reclame gemaakt voor deze bijeenkomst, zodat er een bus vol deelnemers vanuit Eygelshoven naar Heerlen vertrok. Toen er in de krant werd gesuggereerd dat deze vergadering door de toenmalige CPN (Communistische Partij Nederland) zou zijn georganiseerd, motiveerde hij zijn deelname aan deze manifestatie als volgt: Ik doe mee omdat ik eerlijk bewogen ben met het onrecht dat de gepensioneerde mijnwerkers wordt aangedaan. Ik wil duidelijk stellen, dat ik niet van plan ben in de CPN-wagen te gaan zitten en het is ook niet de bedoeling dat Frits Dragstra 2)  bij mij in het wijwatersvat terecht komt.

Emerituspastoor Terlingen

In Belfeld nam de emerituspastoor het initiatief om voor de eerste keer een reünie te organiseren voor alle oud-mijnwerkers uit Noord- en Midden-Limburg en Oost-Brabant. Tijdens interviews gaf hij steeds opnieuw blijk van zijn grote bewondering voor de mijnwerkers met hun ‘koempelmentaliteit’ en in zijn woning had hij een apart kamertje ingericht met mijnattributen. In 1985 werd pater Jeroen benoemd tot Ridder in de orde van Oranje-Nassau.

Het was onmogelijk om in een kort bestek alle initiatieven en activiteiten van pater Jeroen/pastoor Terlingen te vermelden. Daarom heb ik me beperkt tot zaken waarbij de veelzijdigheid, vindingrijkheid en doorzettingsvermogen van deze legendarische en markante Don Camillo het beste tot uiting kwamen.

  • Hier verwees Terlingen naar de situatie van vlak na de bevrijding en het einde van de Tweede Wereldoorlog. Toen werd een dringend beroep op de mijnwerkers gedaan om extra diensten te maken omdat er overal in het land een groot gebrek aan steenkool was.
  • Frits Dragstra was jarenlang in Limburg het boegbeeld van de CPN.

(Het volledige artikel werd eerder gepubliceerd in het boekje ‘Kerkrade Onderweg’ deel XX).