2020 15 LiturgischDoor: Wiel Handels, Stichting ‘Eygelshoven door de eeuwen heen’

Handig gebruik makend van zijn contacten met oud-OVS-medewerkers, kreeg de pastoor het voor elkaar dat er voor het interieur van de kerk een 8-tal liturgische emblemen (met een doorsnede van 90 cm) werden vervaardigd. Ze werden door oud-OVS-medewerker Piet Gijzen uitgevoerd in gedreven aluminium naar het ontwerp van Magda Drummen. Naargelang de tijd in het kerkelijk jaar wordt een bepaald embleem achter het altaar opgehangen.         

Als hoogtepunten tijdens zijn pastoraat moeten worden genoemd:                       

De restauratie van de parochiekerk, het verplaatsen van het orgel en het herstel van de Mariakapel Op de Bossen.             Liturgisch Maria-embleem.                                                                                                                             

Tijdens de restauratie van de kerk werden lekkages gedicht, scheuren (ten gevolge van mijnschade) gerepareerd en kregen de wanden, plafonds en interieur een akoestische behandeling. De kerk moest ook van een eigen stookinstallatie worden voorzien omdat de mijn Julia wegens sluiting was genoodzaakt de levering van de warmte voor de verwarming van de kerk te beëindigen. 

Nadat het kerkkoor een gemengd koor was geworden, werd het klauterwerk via een smalle trap naar het oksaal door veel dames als zeer vermoeiend ervaren. Omdat het orgel, dat op het oksaal stond, toch aan revisie toe was, werd besloten het orgel te verplaatsen naar het priesterkoor. Met de hulp van een orgelbouwer en een twaalftal vrijwilligers (oud-mijnwerkers) werd het orgel gedemonteerd en naar het priesterkoor overgebracht (alleen al ongeveer 1200 pijpen). Tijdens de revisie werd het orgel uitgebouwd tot ongeveer 1700 pijpen.

Vanaf 1973 viel de Mariakapel Op de Bossen herhaaldelijk ten prooi aan diefstal en vernielingen. De pastoor zorgde ervoor dat de kapel en de omgeving daarvan weer in oude luister werden hersteld. Toen het Mariabeeld in 1976 werd gestolen liet hij door een hem bekende kunstenaar een nieuw beeld vervaardigen. In april 1977 werd dit nieuwe beeld in een (fakkel)optocht (met massale deelname) naar de kapel gebracht en daar achter kogelvrij glas geplaatst.

Het kerkorgel in het priesterkoor. Achter het altaar een van de liturgische emblemen. 

Voor al deze werkzaamheden was veel geld nodig. De pastoor was echter vindingrijk en beschikte over een dosis handelsgeest, zodat hij o.a. van diverse instanties subsidies wist te verwerven. Van het model van het nieuwe Mariabeeld liet hij afgietsels maken en bood deze te koop aan. Hij ging koperen mijnlampen verkopen à 245 gulden per stuk (‘winstmarge’: 35 gulden), nadat hij er per toeval achter was gekomen, dat er veel vraag naar was en dat iemand al 500 gulden had geboden voor de mijnlamp die pater Jeroen bij zijn afscheid van de O.V.S. had gekregen. Via een kennis wist hij zelfs de AVRO-radio in Hilversum in te schakelen om aan deze actie bekendheid te geven. Hierna stroomden aanvragen binnen vanuit het hele land. Hij organiseerde een loterij met als prijzen een Shetlandpony (volgens de pastoor bij een pot bier in een café door een lompenhandelaar voor het goede doel aangeboden) en 10 koperen mijnlampen. Bovendien wist hij de parochianen aan te sporen om spontaan geld te storten. Deze laatste actie leverde ruim 20.000 gulden op, waarvoor men in die tijd bijna twee gloednieuwe eenvoudige Alfa Romeo’s kon kopen.

(wordt vervolgd)

(Het volledige artikel werd eerder gepubliceerd in het boekje ‘Kerkrade Onderweg’ deel XX).