TerlingenDoor: Wiel Handels, Stichting ‘Eygelshoven door de eeuwen heen’

Tijdens zijn elf-jarig pastoraat te Eygelshoven ging pastoor Terlingen bijzonder enthousiast en ook vaak impulsief te werk. Openhartig als hij was, schrok hij ook hier niet voor terug om, zonder aanzien des persoons, openlijk zijn mening te verkondigen. Evenals de ‘echte’ Don Camillo kwam hij in Eygelshoven ook vaker in aanvaring met een burgemeester die het niet altijd eens was met zijn opvattingen. Zoals bij het betalen van de onderhoudskosten van het torenuurwerk en de onderhoudssituatie op het kerkhof. 

In 1974 kwam de torenklok stil te staan en voor reparatie en periodiek onderhoud zou een aanzienlijk bedrag nodig zijn. Aangezien de pastoor van mening was dat een goed functionerende torenklok een zaak van algemeen belang was, vroeg hij het gemeentebestuur van Eygelshoven een deel van deze kosten voor haar rekening te nemen. Aangezien er geen reactie van de gemeente kwam, publiceerde de pastoor in de Anselbode een artikel waarin hij nog eens duidelijk stelde dat inwoners die niet aan de vrijwillige kerkbijdrage meededen, ook gebruik maakten van de kerkklok om te kijken hoe laat het was en dat het torenuurwerk een onmisbare openbare voorziening was. Nadat de gemeente uiteindelijk over de brug kwam kon reparatie plaats vinden en functioneerde het uurwerk, na drie maanden stilstand, weer naar behoren.

Omdat de jaarlijkse subsidie van 1000 gulden voor het onderhoud van het kerkhof sedert 1962 niet verhoogd was, verzocht het kerkbestuur in 1976 de gemeente om dit aan te passen. Door B. en W. werd dit verzoek niet gehonoreerd met als motivatie: ‘evenals het voor de gemeente geldt, zal ook het kerkbestuur moeten trachten de inkomsten gelijk te houden met de uitgaven’. Toen in 1977 de onderhoudssituatie op het kerkhof nog steeds erbarmelijk was, zorgde pastoor Terlingen weer voor de nodige publiciteit in de Anselbode en de krant: Ik schaam me dood. Ik laat de pastorietuin ook niet meer onderhouden omdat ik solidair ben met de doden. De pastoor was bijzonder geïrriteerd over de motivatie van de weigering van B. en W. om de subsidie aan te passen aan de stijgende kosten. Wat de inkomsten betreft: alsof je verplichte belastingen gelijk kunt stellen met vrijwillige kerkbijdragen. Hij vond dat de overheid de plicht had om te zorgen voor een goede begraafplaats. In het najaar van 1977 kwamen kerkbestuur en de gemeente uiteindelijk tot een vergelijk en kon de begraafplaats goed onderhouden worden.

Pastoor Terlingen was ook iemand met een grote sociale bewogenheid. Als maatschappelijk werker kwam hij op voor mensen die tussen wal en schip dreigden te vallen. Hij stelde zelf vast dat de kapelaan en hij samen voor 75 procent sociaal-maatschappelijk werk verrichtten. Als de sociale dienst van de gemeente dit werk zou moeten doen, was de toenmalige openingstijd van 17 uur per week beslist onvoldoende en zouden deze ambtenaren continu- en weekenddiensten moeten gaan draaien.  In dat geval moesten natuurlijk ook zoveel meer ambtenaren in dienst worden genomen. Om de financiële zorgen iets te verlichten, verzocht de pastoor, op grond van deze ‘berekening’, de gemeente het salaris van één sociale dienst-ambtenaar uit te keren aan het kerkbestuur. Op dit verzoek reageerde de gemeenteraad afwijzend.

Zoals het een ware Don Camillo betaamde nam hij toch de burgemeester in bescherming toen een radioteam in 1975 in Eygelshoven neerstreek in verband met het niet herbenoemen van de toenmalige burgemeester Janssen van Eygelshoven. De pastoor werd gevraagd wat hij van de burgemeestersaffaire vond. De op sensatie beluste reporter kreeg als antwoord: Nu er een burgemeester op de keien wordt gezet bent u met 5 man 3 dagen hier. Toen duizenden mijnwerkers op de keien werden gezet, heb ik niemand van jullie gezien.                                      

(wordt vervolgd)