TerlingenDoor: Wiel Handels, Stichting ‘Eygelshoven door de eeuwen heen’ 

Pater Jeroen verkreeg niet alleen bekendheid vanwege zijn ongebruikelijke manier van godsdienstonderwijs, maar vooral ook vanwege zijn hulp bij het oplossen van problemen, die de jongens ondervonden zoals moeilijkheden thuis of met de baas. 

Het gebeurde dat door de mijnpolitie in het badlokaal van de OVS-ers een sexboekje werd ontdekt en in die tijd werd daar schande van gesproken. Pater Jeroen wist van de mijnpolitie gedaan te krijgen, dat niet meteen de ouders moesten worden ingelicht, maar dat HIJ dat wel met betrokkene zou bespreken. Als emeritus-pastoor vertelt Terlingen in 1981: Ik riep de betreffende jongen bij me, die een vuurrode kop kreeg en bladerde samen met hem het boekje door. Hij verwachtte een uitbrander van je welste, maar ik wist hem ervan te overtuigen dat een sexboekje weggegooid geld was, dat je toch op een veel betere manier kon besteden. De jongen was opgelucht en blij dat het onder vier ogen bleef.

Ofschoon roken in de klas officieel was verboden, liet pater Jeroen dit echter stilzwijgend toe, waardoor hij onderling vertrouwen probeerde te kweken. Van de O.V.S.-leiding kreeg hij dan te horen dat roken in de klas alleen was toegestaan bij feestelijkheden, waarop zijn antwoord was: voor mij is iedere dag een feest.

Om het werk van ‘zijn jongens’ beter aan te kunnen voelen volgde hij ook de houwerscursus en om een goede indruk te krijgen van de omstandigheden, waaronder in de pijlers moest worden gewerkt, ging pater Jeroen samen met de OVS-ers  ondergronds. In de pijler schuwde hij het zware werk met afbouwhamer en schop niet. Op oudejaarsavond werden de jongens die de middagdienst hadden niet vergeten, pater Jeroen zorgde ervoor dat ze verrast werden met oliebollen. 

Er kwamen klachten bij hem terecht over een voorman, die vaak schuine moppen vertelde aan ‘zijn jongens’. Zijn psychologisch advies luidde: Als die man een schuine mop vertelt, moet je hardop gaan lachen en zeggen dat je het zo’n goede vindt, dat je die aan de dochter van die man moet vertellen. Dat is kennelijk ook gebeurd en sindsdien zijn er geen klachten meer geweest.

http://anselbode.com/25948d7f-04ff-4041-ad50-5471e0ad1805" alt="Afbeelding met muur, binnen Automatisch gegenereerde beschrijving" width="233" height="157" />Ook de leiding van de mijnen werd herhaaldelijk door pater Jeroen terecht gewezen. Als b.v. de OVS-ers veel te zwaar werk moesten verrichten doordat ze zware betonblokken moesten lossen, stapte hij naar de leiding. Hij verweet deze, op niet mis te verstane wijze, dat ze de ruggen van deze jongens zodanig beschadigden dat ze later niet meer als mijnwerkers konden worden ingezet, terwijl er zoveel geld in de opleiding werd gestopt. Op zijn scooter reisde de ‘Don Camillo’  stad en land af om instanties te bezoeken die hij nodig had om bepaalde zaken voor ‘zijn jongens’ gedaan te krijgen. Oud-OVS-ers wisten te vertellen dat pater Jeroen bij de leerlingen zeer geliefd was en dat ze voor hem door het vuur gingen. Hij was voor ons een vader, moeder, broer, politieagent en rechter tegelijkertijd.     Afscheidscadeau van Staatsmijn Emma. 

 

Bij zijn afscheid als aalmoezenier in 1962 werd hij door de directie benoemd tot Houwer Honoris Causa en ontving hij de ‘vaarsjtek’ 1 ) een koperen mijnlamp 2) en de ‘potlamp met mijnpet en kolen’. Het houwersdiploma werd hem uitgereikt na afgelegd bewijs van grote bekwaamheid en toewijding bij de geestelijke verzorging van de leerlingen van de ondergrondse vakopleidingen.

 

 

  • Ondergrondse meesteropzichters ‘vaarsjtiejer’) hadden vroeger een ‘vaarsjtek’ (stok met kleine hamer) bij zich als zij ondergronds gingen. Deze werd gebruikt om het gesteente af te kloppen ter controle of dit goed vast zat. De ‘vaarsjtek’ was echter een statussymbool geworden voor een meesteropzichter.
  • De z.g. benzinelamp werd o.a. door de opzichters van de veiligheidsdienst ondergronds gebruikt om te controleren of er ergens mijngas aanwezig was. Bij aanwezigheid van dit gas werd het gas ontstoken door de vlam in het bovenste gedeelte van de lamp.

(wordt vervolgd)