TerlingenDoor: Wiel Handels, Stichting ‘Eygelshoven door de eeuwen heen’

Pastoor Harry Terlingen, alias pater Jeroen, de koelpater, houwer Honoris Causa en ook wel de Don Camillo van Limburg genoemd, was een opmerkelijk en veelzijdig persoon, niet alleen vanwege zijn indrukwekkende gestalte. Hij werd te Utrecht geboren op 9 oktober 1917. Na zijn studie aan het seminarie te Utrecht trad hij in 1939, als pater Jeroen, in bij de orde der Fransiscanen minderbroeders te Leuven, waar hij op 29 juli 1945 de priesterwijding ontving. 

Van 1947 tot 1953 was Terlingen kapelaan te Hoensbroek-Mariarade. In de periode van 1947 tot 1962 was hij tevens aalmoezenier bij de O.V.S. (ondergrondse vakschool) en T.V.S. (technische vakschool) op de toenmalige staatsmijn Emma te Hoensbroek. In 1962 moest hij met tegenzin de Emma verlaten omdat hij benoemd werd tot gardiaan (overste) aan het klooster der Conventuelen in Urmond. Pater Terlingen was echter te onrustig voor deze functie en was het over de gang van zaken in het klooster vaak niet eens met de Provinciaal overste. Toen deze laatste dan ook nog te kennen gaf, dat hij er spijt van had pater Terlingen tot gardiaan bevorderd te hebben, besloot pater Jeroen de bisschop van Roermond te vragen of er voor hem plaats was in een pastorale functie in het bisdom.       Pastoor H. Terlingen.

In 1963 werd hij benoemd tot kapelaan in Gennep en in 1968 tot pastoor in de parochie St. Joannes de Doper te Eygelshoven. Om gezondheidsredenen moest hij zijn pastoraat in Eygelshoven in 1979 beëindigen. Na zijn emeritaat vestigde pastoor Terlingen zich te Belfeld. De laatste jaren van zijn leven woonde hij in Tegelen bij de zusters van O.L. Vrouw, waar hij op 2 september 2008 overleed in zorgcentrum St. Julia.

Pater Jeroen als mijnaalmoezenier.

Toen pater Jeroen als aalmoezenier bij de O.V.S. werd aangesteld was hij nogal teleurgesteld omdat hij zich had opgegeven als aalmoezenier van het Nederlandse leger in het toenmalige Nederlands-Indië. Later heeft hij echter herhaaldelijk te kennen gegeven, dat hij op de mijn meer had geleerd dan op het seminarie en dat de tijd bij de OVS-ers (14- tot 18-jarige jongens) de mooiste tijd van zijn leven was. In de godsdienstlessen die hij gaf probeerde hij zoveel mogelijk de belevingswereld van ‘zijn jongens’ te benaderen en ook hun taal te spreken. Dat ging er wel eens hard aan toe, er werd gevloekt en getierd. Om ouders gerust te stellen noemde hij dit geen vloeken maar ‘een schietgebed zonder aflaat’. 

In de volgende delen zal aandacht worden besteed aan de voornaamste activiteiten van
-     Pater Jeroen als mijnaalmoezenier

  • Pastoor Terlingen te Eygelshoven
  • Terlingen als emerituspastoor.(wordt vervolgd)