DE GESCHIEDENIS VAN EYGELSHOVEN - DE NAAM

Hier volgt eerst een deel van een artikel uit 1928, van de hand van H.Haeren. Zijn verklaring lijkt nogal gezocht.

Wat de naam Eygelshoven betreft? Hieromtrent tast men in het onzekere. Velen beweren, dat de adellijke heren van Terheyden, waarvan Eygelshoven een „enclave" was, hier hun „eigen hoven" hadden liggen, en uit „Eigenhoven" zou de naam Eygelshoven ontstaan zijn. Dit is echter mis of althans zeer slecht aan te nemen, want Eygelshoven is eerst vanaf plm. 1350 een enclave van de heren Terheyden of van den Bongart. (Deze adellijke heren hadden hun kastelen liggen te Terheyden, bij Horbach, alwaar nu nog de ruïne van dit kasteel is te bezichtigen en te Wijnandsrade; dit laatstgenoemd kasteel is thans nog een goed onderhouden gebouw). In een oud boekje van de geschiedschrijver Quix, getiteld: “Das Schloss Rimburg” lezen we, dat het dorp Eygelshoven reeds in 1100 bestond. Een afschrift van een oude oorkonde uit het jaar 1122, ondertekend door „Herimanus van Eichelsowe" ontdekte ik bij archivaris Peeters te Heerlen. 

In de twaalfde eeuw hadden de Heren van Tzevel, die hun kasteel te Meezenbroek bij Heerlen hadden, tal van bezittingen en hoven te Eygelshoven. Ook vinden we de naam Tzevel nog vermeld in de rij van rechters aan de vroegere Eygelshovense rechtbank. Die hoven waren dus bezittingen van de heren van Tzevel, dus „Tzevelshoven". Eygelshoven heet in dialect „Egelser" of „Egelsder". Heel best kan deze naam afgeleid zijn van Tzevel, zodat beter aan te nemen is, dat Eygelshoven afgeleid is van Tzevelshoven. 
Een week later voegt Haeren toe:

AANHANGSEL. — In ons vorig schrijven gaven we een verklaring van de naam Eygelshoven. De heer Th. D. komt de afleiding van de familienaam Tzevel twijfelachtig voor. Deze heer kan gelijk hebben, want mijn verklaring is slechts een vermoeden. Misschien kan hij zich beter verenigen met de volgende verklaring: 

Eygelshoven heette vroeger Eichelsowe. (Owe is Ouwe of Aue, d.w.z beemd, streek). De plaats is gelegen op een bodem, waar de eik graag groeit. Nog voor enkele tientallen jaren had men te Eygelshoven veel eikebomen Een gedeelte van het Schovensbos heette toen zelfs “d’r eekebusch”. 
Wanneer men in 't oog houdt, dat eik in het Eygelshovens dialect: eek of eech wordt genoemd, dan is best mogelijk, dat de afleiding Eygelshoven in verband staat met de vroegere eikenbossen.

In 1963 verscheen een artikel in het Land van Herle:

De naam EYGELSHOVEN is gemakkelijk te verklaren als een nederzetting bestaande uit enige hoven (boerderijen), behorende aan een heer, die Eigel of Eygilo moet geheten hebben. 

WEIDE VAN EGILO
Als wij echter op de dialectische uitspraak "EGELZE" letten, en daar zit de oorspronkelijke benaming in, dan is er geen "hoven" te bekennen. En evenmin is dit het geval in de schrijfwijze, die in oude documenten voorkomt: Eigelsowen (1131), Eigels- ougen, Eigelshog, Eighelsoighe, Echelsowe, Egelsaugen, Egelsauwe. 
In verband daarmee schreef dan ook bijna een eeuw geleden G. D. Franquinet: "Het laatste lid van de naam is dus niet hoven, maar oge, oze, of ose, het oud-duitse ahvia, in het middeleeuws augia, betekenende weide, beemd, grasveld, broek." 
Augia is thans Au = weide. Deze verklaring van het tweede lid komt overeen met de bodemgesteldheid van het oudtijds bewoonde gedeelte van de gemeente, dat in hoofdzaak broekland is. In het eerste lid ziet Franquinet de oud-duitse persoonsnaam Eigilo of Egil. Eygelshoven betekent dan: weide of beemd van Egilo. 
Volgens het in 1960 verschenen Toponymisch woordenboek van Gysseling is de naam samengesteld uit Aigilas (van AlGEL) +agwjo (vruchtbaar alluviaal land langs een waterloop) en geeft dus aan: een nat weiland, dat aan heer Aigil behoort. 
Over het tweede lid, dat, toen men de betekenis er van niet meer begreep, in "hoven" veranderde, zijn de meeste schrijvers het eens, dat het drassig weiland betekent. 

WEIDE BIJ EEN OUD GRAFMONUMENT
Over het eerste lid doet dhr Schrijnemakers in de Maasgouw (afl. 6 - 1963) een andere verklaring aan de hand. Hij brengt het namelijk in verband met de naam "eygel", waarmee Romeinse grafmonumenten te Keulen, Mainz en te lgel bij Trier worden aangeduid. In lgel staat zo'n grafmonument van 25 meter hoogte als een eerbied- waardig pronkstuk nog overeind. In Mainz is de ruïne er van over, die de naam van Drususturm draagt, terwijl in Keulen alleen de middeleeuwse archieven van een Eygelstein spreken. 

De plaats lgel heeft blijkbaar haar naam te danken aan het grafmonument, de Eigel. Ze wordt in de elfde eeuw "ad Eigele" d.i. bij de Eigel genoemd.

Het woord eigel wordt in verband gebracht met het latijnse agullia, dat naald betekent. De verklaring hiervoor is, dat lange, spitse voorwerpen, bijvoorbeeld de obelisken, naalden genoemd worden. Dhr. Schrijnemakers meent echter, dat "eigel" verband houdt met een germaans woord "egle", dat nog voortleeft in het Limburgse woord "achel" (in de buurt van Heerlen "hachel"), dat dennenaald betekent. 

Wat ook de afkomst van het woord zij, een eigel was een grafzuil van het lgeler type. Brunsting in "Romeinse Grafpeilers in Nederland" deelt mede, dat er 3 dergelijke zuilen in Nederland gevonden zijn en wel te Werkhoven, Nijmegen en Heerlen, terwijl hij nog een vierde vondst vermeldt te Eygelshoven aan de rand van de bruinkoolgroeve aan de weg naar Waubach, waar hij de rest van een vierkant of rechthoekig fundament van veld- of breukstenen vond. 

Dit grafmonument als "eigel" 'ziet dhr. Schrijnemakers voortleven in het eerste lid van de naam Eygelshoven. De plaats zou haar naam te danken hebben aan die eigel en zou dus betekenen: de bij de eigel gelegen au (ow) of beemd. 

Is deze verklaring juist, dan moet in de eerste eeuwen van onze jaartelling ter plaatse een voornaam heer gewoond hebben, voor wie men een grafmonument heeft gebouwd, dat bij het ontstaan van de nederzetting nog overeind stond. Misschien is het afgebroken voor bouwmateriaal voor de kerk, die ca 1000 gebouwd werd. 
J.J.Jongen, Land van Herle 1963.

(MP)